Gemeenten leren van elkaar over nóg betere aanpak laaggeletterdheid

Samen groei
laaggeletterdheid
stoppen

Het aantal laaggeletterden in Nederland groeit. Ondanks alle inspanningen en vele goede initiatieven om hier iets tegen te doen. Iets moet er dus anders, maar wat? Voldoende budget om (taal)lessen in te kopen, is natuurlijk belangrijk. Net als goede docenten en vrijwilligers. Maar dit blijkt niet genoeg! De groei is pas te stoppen als we voor een langere periode vier keer zo veel laaggeletterden kunnen bereiken dan nu jaarlijks gebeurt. Wat is daarvoor nodig? Welke ideeën zijn er om vier keer zo veel laaggeletterden te kunnen helpen hun taalvaardigheid te verbeteren?

We hebben het gevraagd aan vertegenwoordigers van de lokale overheden. In 2016 en 2017 zijn er brainstormsessies geweest met bijna 100 enthousiaste wethouders en burgemeesters. Van Breda tot Groningen, van Aa en Hunze tot Zoetermeer. Samen met lokale partners en Taalambassadeurs inspireerden zij elkaar met ideeën en inzichten om de groei van laaggeletterdheid te stoppen. Alle deelnemers waren het erover eens: van elkaar kunnen we veel leren! Want naast verschillen zijn er ook overeenkomsten tussen gemeenten en regio’s. Maandelijks vertelt een wethouder of burgemeester hierover in een blog.

Dit hebben de gesprekken al opgeleverd

Uit de tientallen gesprekken zijn direct nieuwe ideeën naar voren gekomen. Zo is er de wens om vaker intergemeentelijke brainstormsessies met bestuurders te organiseren. In het noorden van Nederland bijvoorbeeld is in de zomer van 2017 al een vervolgsessie met tien wethouders en burgemeester geweest. Dat smaakt naar meer! De komende tijd organiseert Stichting Lezen & Schrijven op meer plekken in het land bijeenkomsten om ideeën uit te wisselen.

Enkele voorbeelden van acties die Stichting Lezen & Schrijven samen met lokale en nationale partners op de vier thema’s onderneemt of gaat ondernemen:

  • Meer zichtbaarheid lokaal: we geven advies over lokale mediacampagnes op basis van ervaring en stellen materialen beschikbaar aan overheden en andere organisaties.
  • We zijn een pilot gestart om samen met Taalambassadeurs na te denken over manieren waarop gemeenten en organisaties hen beter kunnen betrekken bij beleidsontwikkeling of het bereiken van bepaalde doelen. En we helpen Stichting ABC met de testpanel-aanpak.
  • In 2018 starten op verschillende plaatsen in Nederland extra pilots rond ouders en kinderen. De plannen worden op dit moment uitgewerkt.
  • Samen met Stichting Lezen onderzoeken we hoe we via Boekstart taalarme gezinnen nog beter kunnen bereiken.
  • In 2018 starten extra pilots om te leren hoe je als gemeente of organisatie meer kan doen rond het thema ‘werk’.
  • Er zijn meer samenwerkingen opgestart met landelijke organisaties rond werk, zoals het UWV, VCA en Leerwerkloketten.

Wethouder Elly Pastoor, gemeente Grootegast (PvdA, onder meer Sociale Zaken): “Als wethouder is het aan ons om overal waar je komt het onderwerp ‘laaggeletterdheid’ even te noemen, of het nu op de agenda staat of niet. Ook als je bijvoorbeeld een kippenbedrijf bezoekt. Want daar kunnen net zo goed mensen werken die moeite hebben met lezen en schrijven. Dus: breng in kaart welke bedrijven hoogstwaarschijnlijk laaggeletterden in dienst hebben en plan een werkbezoek.”

‘Plan een werkbezoek waar mogelijk laaggeletterden zijn’

Wethouder Fouad Sidali, gemeente Culemborg (PvdA, onder meer Sociaal Domein): “We gaan niet op zoek naar een systeem waar mensen in passen. Nee, we gaan voor maatwerk. We gaan uit van de leefwereld waar het systeem zich op aanpast.”

‘Systeem aanpassen op leefwereld’

‘Benut de lokale media’

Wethouder Gert Vos, gemeente Hoogeveen (CU, onder meer Onderwijs en Jeugd): “Een soapserie op de lokale zenders zou ook goed kunnen werken. De doelgroep maakt veel gebruik van lokale media. Als voorbeeld: de reclames van de Lidl en Action bereiken laaggeletterden ook. Dus ergens is er wel een weg om hen te vinden.”

‘Ga voor een tweeledige aanpak: opleiden & duidelijk communiceren’

Wethouder Jean-Pierre Schouw, Etten-Leur (ABP, onder meer Onderwijs): “Niet iedereen kan het niveau van volledige zelfredzaamheid bereiken, ondanks dat we vinden dat ‘iedereen moet meedoen’. Daarom moeten we minimaal gaan voor een tweeledige aanpak. Aan de ene kant moeten we laaggeletterden opleiden, aan de andere kant moeten we ook duidelijker communiceren. We vragen inclusiviteit, maar nog te vaak moeten mensen zich aanpassen aan de groep en niet andersom.

Blog

Blog 8

Isabelle Vugs

Wethouder gemeente Zoetermeer

Taalhulp leuk verpakken

Het aanpakken van laaggeletterdheid draait vooral om samenwerking. Niet alleen welzijnsinstanties zijn belangrijke partners, maar ook werkgevers. Veel laaggeletterden hebben namelijk gewoon een baan. Als hun leidinggevende kan signaleren dat medewerkers niet taalvaardig zijn en ze door kan verwijzen, helpt dat enorm. Afgelopen december hebben we in Zoetermeer daarom een Taalakkoord gesloten met 25 organisaties, waaronder de ondernemersvereniging. Verder doen onder andere kinderopvangorganisaties, het LangeLand Ziekenhuis, het ROC, vluchtelingenwerk en de thuishulporganisatie mee. Inmiddels is het aantal deelnemers aan het Taalakkoord al gegroeid.

Gemeente in Taalakkoord

Ook de gemeente zelf is onderdeel van het Taalakkoord. Het is belangrijk dat ook wij, met 1200 medewerkers in dienst, onze verantwoordelijkheid pakken. Denk bijvoorbeeld aan de gemeentelijke afvalverzameling. Daar werken veel mensen met lage taal- en digitale vaardigheden. Met een cursus proberen we hen te helpen. De teamleiders hebben geleerd om mogelijk laaggeletterde medewerkers te signaleren. Daarvoor zetten ze de digitale Taalmeter in.

Taboe eraf

De cursussen die we aanbieden gaan niet over taal alleen, maar zijn vaak gecombineerd met rekenen en digitale vaardigheden. Taal moet geen geïsoleerd onderwerp zijn. Door het te verbinden met andere basisvaardigheden haal je het taboe er een beetje af. De cursus voor medewerkers van de afvalverzameling presenteren we bijvoorbeeld als een cursus voor digitale vaardigheden. Taal nemen we daarin mee. Het is leuker om aan je collega te vertellen dat je een computercursus doet, dan dat je leert lezen en schrijven. Want dat laatste is iets wat je eigenlijk al op de basisschool had moeten leren, vinden veel mensen.

Diezelfde tactiek passen we in Zoetermeer ook toe op bijvoorbeeld basiscursussen voor ouderen. Daar maken we een gezellig samenzijn van met koffie, koekjes en tijd voor een praatje. Ik vind dat we taalhulp leuk moeten verpakken en vooral niet te drammerig over moeten komen. Ons doel is om mensen in stelling te brengen, zodat ze optimaal mee kunnen doen in de samenleving. Een laagdrempelige aanpak helpt daarbij.

Digi-Taalhuis

Het Taalhuis in onze bibliotheek speelt een centrale rol in de aanpak van laaggeletterdheid. Vlak na mijn aanstelling als wethouder, in 2014, hebben we dat Taalhuis opgezet. Inmiddels is de naam omgedoopt tot het Digi-Taalhuis, om de verbinding met digitale vaardigheden te benadrukken. Een Taalhuis is echt een verrijking voor gemeenten. Alle expertise zit bij elkaar. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Ik denk dat wanneer je als gemeente niets doet aan taalondersteuning, je uiteindelijk tegen hogere kosten aanloopt. Denk maar aan mensen die hun medicijnenbijsluiter niet kunnen lezen en daardoor extra zorg nodig hebben. Iedereen heeft profijt van taalvaardige inwoners. Als gemeente kunnen wij daarin de regie pakken.

 

 

Blog

Blog 6

Jan Binnenmars

Wethouder gemeente Twenterand

Ons kent ons

Het is niet gemakkelijk om toe te geven dat je niet goed bent in lezen en schrijven. Toch bereiken wij in de gemeente Twenterand een groot aantal laaggeletterden. Het geheim? Ons kent ons. Wij kiezen voor een persoonlijke aanpak. Mensen die moeite hebben met taal, bereik je niet direct met activiteiten in de bibliotheek, een gedichtenwedstrijd of een bericht in de krant.

Persoonlijk aanspreken

Vier jaar geleden hebben wij binnen onze gemeente het Taalpunt opgericht. Het Taalpunt is er voor alle inwoners van Twenterand, die op de een of andere manier moeite hebben met lezen of schrijven. Onze focus ligt op mensen die in Nederland geboren en getogen zijn. De coördinator, Dianne Companje, durft mensen persoonlijk aan te spreken als zij vermoedt dat ze moeite hebben met taal. Iemand die in de supermarkt wél een volle kar, maar geen boodschappenlijstje heeft, valt haar op. Of iemand die een vlotte babbel heeft, maar alleen in dialect spreekt.

Geoefend oog

Dianne heeft dan ook een geoefend oog. Haar eigen moeder Erika was namelijk tot een aantal jaar geleden laaggeletterd. Toen Dianne in haar werk als jongerenwerker een presentatie kreeg van iemand van de Stichting Lezen en Schrijven, herkende ze haar moeder erin. Omdat er in onze gemeente toen nog geen taalvrijwilligers waren, volgde ze zelf een taaltraining om haar moeder te helpen. Vervolgens hebben moeder en dochter het tot hun missie gemaakt om nog veel meer mensen in onze gemeente te helpen. Beide dames laten geen gelegenheid onbenut om dorpsgenoten aan te spreken. Dat kan voor deze mensen behoorlijk confronterend zijn. Daarom gaan zij op een zo natuurlijk mogelijke manier het gesprek aan. Bijvoorbeeld door in de supermarkt tegen iemand die naar een verpakking staat te turen, te zeggen: ‘Goh, lastig soms hè, al die teksten op de verpakking.’

Fanatieke ambassadeur

We hebben in onze gemeente een aantal taalambassadeurs, dat zijn laaggeletterde mensen die uiteindelijk hulp hebben gezocht. Zij motiveren dorpsgenoten om datzelfde te doen. Erika is onze meest fanatieke ambassadeur. Ze vertelt maar wat graag wat het leren lezen en schrijven haar heeft gebracht: ze is onafhankelijker, voelt zich slimmer. Omgekeerd spreken mensen haar ook aan, nu bekend is dat zij hulp heeft gezocht. Want dat is een voordeel van een dorp; dat iedereen het weet. Achter haar huis staat een tuinhuis waar zij regelmatig activiteiten voor andere vrouwen organiseert. Ook daar is de drempel laag om met elkaar te praten over dit onderwerp. Erika wil daar nu zelfs een EVA (Educatie voor Vrouwen met Ambitie)-project starten.

Dorpsgenoten motiveren

Als mensen iets aan hun problemen met lezen en schrijven willen doen, wijzen Dianne, Erika en onze andere ambassadeurs hen op de mogelijkheid om taalles te volgen. Veertig vrijwilligers geven die taallessen. Als iemand taalles volgt, hoeft de buurman dat niet te weten. We hebben vier dorpskernen waar les wordt gegeven; mensen uit het ene dorp kunnen terecht in een van de andere dorpen. Maar de meeste mensen schamen zich na een paar taallessen al niet meer. Als ze er eenmaal open over durven praten, kunnen ze op hun beurt anderen motiveren om hulp te zoeken. Zo werkt onze persoonlijke aanpak als een olievlek.

Actieplan

Als wethouder vind ik dat onze gemeente het niet beter had kunnen treffen. Daarom staat het voortzetten van de persoonlijke aanpak – naast een aantal andere mooie ideeën – in ons actieplan laaggeletterdheid 2018-2021. Met onze ketenpartners Bibliotheek Twenterand, het Taalpunt, Stichting Lezen & Schrijven en het ROC van Twente blijven we ons sterk maken om laaggeletterdheid te voorkomen en te beperken. Aan iemand als Erika zien we hoe goed dat onze inwoners doet.

Blog

Blog 5

Mohamed Keskin

Fractievoorzitter Denk Alkmaar

‘Taal is de sleutel om mee te kunnen doen’

‘Om mee te kunnen doen in de samenleving is het belangrijk dat je weet wat er speelt en dat je kansen benut. In Alkmaar kunnen ruim dertienduizend inwoners niet goed lezen en schrijven, in Nederland zijn dat er 2,5 miljoen. Dat is iets waar ik me zorgen over maak. We gaan tegenwoordig helaas de dialoog minder met elkaar aan en dat wordt alleen maar moeilijker als je elkaar niet goed begrijpt.’

Meer mogelijk maken

‘Mijn vader heeft nooit geleerd om te lezen en schrijven. Als kind was hij ziek en zijn leefomstandigheden in Turkije waren dusdanig, dat hij vroeg moest werken. Hij heeft altijd gewerkt, ook de bijna veertig jaar dat mijn ouders in Nederland wonen. Ik heb zelf mijn best gedaan om hem te leren lezen en schrijven. Als daar veertig jaar geleden op was ingezet, waren we als gemeenschap een stuk verder gekomen. Net als die grote groep andere Nederlanders die moeite heeft met lezen en schrijven, is hij afhankelijk van hulp van anderen om bijvoorbeeld de veiligheidscertificaten op zijn werk te halen. Daarom is het belangrijk via werkgevers meer mogelijk te maken op het gebied van taalontwikkeling. Gelukkig zien we op dit gebied wel een positieve ontwikkeling, ook bij bijvoorbeeld nieuwkomers. Maar ouderen zijn moeilijk te bereiken en dat is jammer, want taal is de sleutel om mee te komen in de samenleving.’

Schaamte

‘Negen van de tien keer denkt men dat alleen mensen met een migrantenachtergrond moeite hebben met taal. Het besef is er niet, dat ook mensen met een Nederlandse achtergrond moeite kunnen hebben met lezen, schrijven en het begrijpen van informatie. Door bijvoorbeeld ziekte of armoede hebben zij de kans niet gehad zich goed te ontwikkelen. Moeite hebben met taal is niet iets om je voor te schamen. Die achterstand kan verschillende redenen hebben, denk bijvoorbeeld aan multiproblematiek.

Mensen komen uit gezinnen met schulden, psychische problemen, verslavingen. Taal is essentieel om mee te kunnen doen en ook andere problemen aan te pakken. Je wordt trotser en sterker.’

Vraag en aanbod

‘Er wordt veel georganiseerd om taalachterstanden aan te pakken, maar we hebben het over 2,5 miljoen mensen met een taalachterstand. We moeten er dus nog harder aan trekken, zodat iedereen kan meedoen en weet wat er speelt. Het is daarom belangrijk dat we iedereen bereiken en toegang tot de taalcursussen nog laagdrempeliger maken. Vanuit Denk heb ik de gemeenteraad om een actieplan laaggeletterdheid gevraagd. Er gebeurt al veel in Alkmaar en omgeving, maar zolang deze aantallen bestaan, gebeurt er te weinig. Ook landelijk wil ik hier met Denk aandacht voor vragen. Het gaat erom inwoners van Nederland beter te betrekken bij de maatschappij. Bijvoorbeeld scholen kunnen hier een rol in spelen. Daar kunnen ze eenvoudig signaleren welke ouders moeite hebben met taal en bijvoorbeeld de uitjes niet kunnen betalen. Deze ouders kunnen benaderd en geholpen worden door taallessen te krijgen als hun kinderen op school zitten. Ook de ‘klantmanagers’ binnen de gemeente weten wat er speelt binnen gezinnen en welke voorzieningen er zijn. Zij begeleiden mensen uit de bijstand die vaak niet weten wat er mogelijk is. Hier kunnen we actief op inzetten, zodat vraag en aanbod dichter bij elkaar komen.’

Lees, leer, ontwikkel jezelf

‘Ik denk dat het verplichten van bijvoorbeeld taalles niet werkt. Mensen moeten zich er wel goed bij voelen. Het werkt in mijn ogen het beste als mensen beseffen dat het belangrijk is om mee te kunnen doen. Je hoeft je niet te schamen. Durf die hand te pakken, die hand die je helpt om verder te komen. Lees, leer, ontwikkel jezelf. Ook vanuit mijn religie is dat iets dat we jong meekrijgen. Verbeter de wereld begin bij jezelf. Hoe kun jij er iets aan bijdragen? Leren is niet slecht, dat is juist goed. Dit is niet afhankelijk van religie of achtergrond, dit geldt voor iedereen. Een Turks spreekwoord sluit hier goed bij aan: ‘Het is geen zonde om niet te weten, maar meer een zonde om niet te willen leren.’ Nu wil ik hiermee niet zeggen dat het onwil is. Het gaat om bewustwording van het belang mee te kunnen doen en van de mogelijkheden die er zijn. Ik wil vanuit Denk een bijdrage leveren om deze bewustwording te vergroten. Degene die de stap hebben gezet en hun taalvaardigheden hebben verbeterd, kunnen daar een rol spelen in het activeren van laaggeletterden. Goed voorbeeld doet volgen.’

Blog

Blog 4

Josephine Elliott

Wethouder Gemeente Vlissingen

Gluren bij de Buren

Zo heette de workshop bij de opening van de Week van de Alfabetisering waar ik me voor had opgegeven. Ik verwachtte en kreeg inspirerende voorbeelden uit o.a. Zoetermeer, over de aanpak van laaggeletterdheid bij de afvalinzameling. Goede ideeën en tips die ik zeker ga toepassen hier in Vlissingen!

Het Taalhuis hier in Vlissingen en in de regio Walcheren heeft ook een heleboel goede en originele initiatieven ontwikkeld en die wilde ik graag daar en in deze blog delen met iedereen.

Naast de spreekuren van het Taalhuis in de Bibliotheek waar mensen kunnen kiezen uit formele of informele taallessen of koppeling aan een Taalmaatje, proberen we zoveel mogelijk andere mensen te bereiken. Niet alleen via de reguliere kanalen als uitkeringsinstantie, werkbegeleiding, voedselbank, consultatiebureau of maatschappelijk werk, maar ook via projecten in onze wijkgerichte aanpak.

Niet iedereen is bij een instantie in beeld en soms is de drempel om naar een loket te gaan te hoog. Daarom zet het Taalhuis Walcheren ook in op samenwerking met partners in wijk of dorp. Door samen activiteiten te organiseren die voldoen aan de behoefte van de doelgroep (bijv. wekelijkse koffie-ochtend, kookworkshops, GGD oudercafé, Humanitas thuisadministratie) kunnen we deze mensen wel bereiken en ze op een speelse wijze laten werken met taal en rekenen. Het uiteindelijke doel is om de mensen zelfredzamer te maken en uit hun isolement te halen. Taal zit in alles en door verbindingen te leggen kun je meer mensen bereiken!

Een voorbeeld uit de praktijk: de projectleider van Taalhuis Walcheren ging uit persoonlijke en professionele interesse naar een wijkavond. Een kernteam van bewoners had samen vooraf aan deze avond een aantal thema’s verzameld. Eén van de thema’s was ‘eenzaamheid’.

Een welzijnswerker gaf aan dat er een eenzame groep allochtone vrouwen is die de wijk niet uitgaat. Het Taalhuis had al contact gelegd met deze welzijnsorganisatie als mogelijke ‘vindplaats’ van laaggeletterden, maar er werden niet veel mensen naar het Taalhuisloket doorgestuurd.

Door de ontmoeting tijdens de wijkavond kwamen de lijntjes beter bij elkaar. Er werd samen met het Taalhuis een inloopochtend georganiseerd om na te vragen waar de vrouwen behoefte aan zouden hebben. Zij gaven aan dat ze de Nederlandse taal wel begrijpen, maar niet goed genoeg kunnen spreken.  Op les gaan is te duur; naar andere taalcafés gaan was te lastig (vanwege afstand, kleine kinderen etc.). Taalcafé zouden zij een hele fijne manier vinden om aan hun spreekvaardigheid te werken zodat ze in de toekomst wat beter terug zouden kunnen praten als mensen hen aanspreken.

De welzijnsorganisatie organiseert sindsdien wekelijks een ontmoetingsochtend. Taalhuis schuift 1 x per maand aan in de vorm van Taalcafé. Taalvrijwilligers van het Taalhuis leiden dit, vrijwilligers van de welzijnsorganisatie assisteren. Op de andere ochtenden komen de vrouwen gewoon gezellig bij elkaar. En als ze taalspelletjes willen doen, kunnen ze die gratis lenen bij het Taalhuis. Een mooie vorm van samenwerking die ook nog eens past onder de leefbaarheidspilot van de gemeente!

Veel dank zijn wij verschuldigd aan onze projectleiders Resy van Loon van het Taalhuis Walcheren en Sanne Zuijderduin van Stichting Lezen & Schrijven, die je kunt bereiken voor meer informatie over deze projecten. Succes!

 

Blog

Blog 3

Marga de Goeij

Wethouder Westland

Goed voorbeeld doet goed volgen

Het prominente taalmaatjes project is een nieuw en goed initiatief in onze gemeente Westland. Niet geheel onafhankelijk, maar wel overtuigd zeg ik: slim idee! Want het project daagt beleidsmakers en bestuurders uit om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Daadwerkelijk kennis te maken met mensen die de Nederlandse taal en de daaraan gekoppelde schrijfvaardigheid nog niet of onvoldoende machtig zijn. En hen te helpen door met hen het gesprek aan te knopen.

Tot die doelgroep behoren ook vluchtelingengezinnen. Het is goed en nuttig om met hen te spreken over de ervaringen die zij hebben opgedaan in Nederland en hoe zij hun toekomst zien. Want taal is praten, en tegelijkertijd is het een uitlaatklep.

Aangezien ik niet altijd baas ben over eigen agenda, heb ik voor extra achtervang Amy gevraagd dit samen met mij te doen, een veelbelovende trainee. Samen krijgen we nu een inkijkje, in ons geval bij een Syrisch echtpaar. Zij doen ontzettend hun best om de taal te leren, contact te leggen met hun buren, en tegelijkertijd houden ze contact met het thuisland. Dat is lastig, zo laveren tussen moeder- en vaderland. Er is verdriet in het gezin, maar ook vreugde om alle lieve mensen om hen heen. Tegelijkertijd zijn ze ook moe…

Amy en ik vinden het een rijke ervaring en beseffen hoe belangrijk het is dat vrijwilligers zich hier voor inzetten. Het goede nieuws is dat de campagne al veel nieuwe vrijwilligers oplevert. Er kunnen inmiddels al twee nieuwe groepen starten. Ofwel: goed voorbeeld doet dus goed volgen. Als overheid kun je veel in gang zetten, maar de samenleving is aan zet om er een succes van te maken, en dat gebeurt hier in Westland.

Het prominente taalmaatjes project

Vele gemeentes en organisaties vragen Stichting Lezen & Schrijven geregeld naar ideeën hoe meer taalvrijwilligers te vinden. Het prominente taalmaatjes project uit het Westland is hier een goed voorbeeld van. Bekende Westlanders gaan aan de slag als taalvrijwilliger. Denk hierbij aan een wethouder, directeur basisschool, pastoor, imam, sleutelfiguren bij de sportverenigingen, enz. Door de vaak overvolle agenda’s van deze personen krijgen zij een aangepaste verkorte vrijwilligerstraining. Hierna gaan ze voor een bepaalde tijd, in dit geval 3 maanden, aan de slag met een taalvrager. Gezien de verkorte vrijwilligerstraining zal dit volledig gebaseerd zijn op spreekvaardigheid (en dus niet direct op lezen en schrijven). Aan het project is een wervingscampagne voor taalvrijwilligers gekoppeld, waarbij de bekende Westlanders betrokken zijn.

De aftrap van het project op Omroep West >

Wilt u ook zo’n campagne als in het Westland in uw gemeente? Neem dan contact met ons op!

Blog

Blog 2

Eric van Oosterhout

Burgemeester Emmen

Klazienaveen-Noord

Voor de zomer was ik in het mooie zwembad van Nieuw-Weerdinge. Daar zwom ik met een heleboel mensen wat baantjes voor het goede doel. Na afloop sta ik in zwembroek nog wat na te praten. Een mevrouw komt naar mij toe. “U doet toch ook wat met laaggeletterdheid”? Als ik knik, begint ze meteen te vertellen: altijd al moeite met taal, na lang twijfelen op cursus, en het gaat nu al een stuk beter. Ik geef haar een compliment. Het is razend knap als mensen op latere leeftijd zo’n stap zetten. Je moet maar durven. Ik vraag haar of er meer mensen uit de buurt moeite hebben met lezen en schrijven. “Ach man, schai oet,” antwoordt ze. En ze noemt zo een aantal namen op van mensen die ook ‘op les’ zitten.

Ik vertel het verhaal in een volle bibliotheek van Hoogeveen. Het is de ‘Week van de Laaggeletterdheid’. Dan komen we altijd als Drents Bondgenootschap bij elkaar. Dat zijn meer dan 50 partijen die hebben gezegd dat ze willen werken aan een meer geletterd Drenthe. Het zijn de gemeenten, de provincie, bedrijven, banken, woningbouwcoöperaties, scholen en ga zo maar door. Ook in Hoogeveen zie ik weer heel veel bekende ‘bondgenoten’.
Itie is er ook. In de jaren tachtig studeerde ik Nederlands. Met Itie maakten we een ‘beeldroman’ voor ‘analfabeten’. Zo heette die groep toen nog. Het verhaal ging over een man die met ‘de Daf op stap’ ging. Itie had het eerste verhaal geschreven, waarin de hoofdpersoon met de Daf gaat rijden. “Hij zet hem in de eerste versnelling”, schreef ze. Een van de laaggeletterde cursisten wijst haar erop dat een Daf geen versnelling heeft. Zo kunnen we van elkaar leren.
Ruim dertig jaar later gaat het in Hoogeveen nog steeds over laaggeletterdheid. Van alle 6 mensen in Emmen heeft 1 er problemen met lezen en schrijven. In Nederland zijn er 2,5 miljoen mensen met dit probleem. Het woordje ‘bus’ lezen gaat nog wel. Maar als op de bus ‘Klazienaveen-Noord’ staat, wordt het lastig.

We hebben een mooie avond. Er is muziek, er worden nieuwe boekjes gepresenteerd en we zetten drie ‘taalhelden’ in het zonnetje. Ook is een leesbaar boekje gemaakt van het ‘Pauperparadijs’.
Later in de week mag ik in Friesland iets vertellen over ons Bondgenootschap. Het verhaal over onze gezamenlijke Drentse actie maakt indruk.
Natuurlijk houden we ook op het gemeentehuis in Emmen een bijeenkomst. We hebben het bijvoorbeeld over meer eenvoudige brieven. Alle ambtenaren krijgen een boekje met tips hoe je dat moet doen. Als u van ons een veel te moeilijke brief krijgt, stuur de brief dan even naar de burgemeester. Dan zal ik er voor zorgen dat u een brief krijgt die wel goed is te lezen. Ik geef de ambtenaren de tip dat ik vaak net doe of ik schrijf voor mijn moeder: die was niet dom, snapte veel, maar had geen zin in moeilijke teksten. Of denk aan die mevrouw uit Nieuw-Weerdinge. Die leest nu elke week haar kleinkind voor. Prachtig.

Blog

Blog 1

Marleen Damen

Wethouder Werk en Inkomen en Financiën in Leiden

Wat vragen we van mensen?

Hoe kan het dat in een van de hoogst opgeleide landen van de wereld tóch mensen van school komen die de taal niet voldoende machtig zijn om goed mee te komen? Ik heb me hier enorm over verbaasd. Het gaat om een hele grote groep mensen, 2,5 miljoen volwassenen in Nederland zijn laaggeletterd. En het is juist díe groep die het meest kwetsbaar is en het meest met de overheidscommunicatie te maken heeft. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor de zwakkeren in onze maatschappij en willen we zo communiceren dat we iedereen bereiken.

Integraal draagvlak

In Leiden en in de gemeenten en bij de maatschappelijke organisaties binnen Holland Rijnland, waarmee we een Taalakkoord ondertekenden, wordt de aanpak van laaggeletterdheid breed gedragen. We voeren deze aanpak binnen meerdere beleidsterreinen uit. Dat moet ook, want de problemen waar laaggeletterden tegenop lopen zijn ook domeinoverstijgend. Hoe kun je als je brieven van de belastingdienst, gemeente of de bank niet goed begrijpt met je gezin uit de schulden blijven? Is het mogelijk je baan te behouden als je het moeilijk vindt om te schrijven of met een computer te werken?

Eenvoudige communicatie

Het aanvragen van hulp en ondersteuningen op welke manier dan ook, is een complex ingericht proces en daar moeten we wat aan doen. Wat vragen we eigenlijk van mensen? We hebben de communicatie van onze eigen afdeling Werk en Inkomen tegen het licht gehouden. Zij sturen nu begrijpelijke brieven. Ook communicatie van andere domeinen wordt op gebruikelijke taal gecontroleerd. De juridische formuleringen die nodig worden geacht, kunnen ook in bijlagen worden toegevoegd. Wij willen dat iemand bij het lezen van een eerste zin begrijpt wat de boodschap is, of die nu boodschap vanuit welzijn, participatie, schuldhulpverlening of werk komt. Ook wordt door Werk en Inkomen in verband met de taaleis in de bijstandswet gescreend of iemand mogelijk laaggeletterd is. Ze verwijzen indien nodig door naar taalaanbod in de regio en eventueel vrijwilligerswerk, zodat mensen in praktijk Nederlands kunnen oefenen en de afstand tot de arbeidsmarkt kleiner wordt.

Signaleren

Laaggeletterden weten hun taalachterstand wonderbaarlijk goed te verbergen, wat het ingewikkeld maakt ze hulp te bieden. Het is daarom noodzaak dat we bewustwording creëren. Ook bij werkgevers, want het is niet zo dat laaggeletterden geen werk hebben. Zij zijn wel een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt. We betrekken daarom werkgevers uit de regio bij onze aanpak. Professionals uit het bedrijfsleven en uit alle sociale domeinen en vrijwilligers kunnen trainingen volgen om laaggeletterdheid te herkennen en mensen die hulp nodig hebben verder te helpen. We hebben in de stad plekken gecreëerd waarnaar kan worden doorverwezen, bijvoorbeeld het Taalhuis in de bibliotheek en we werken met vrijwilligers en ‘taalmaatjes’.

Afkijken mag

Het is naast inspirerend ook efficiënt als gemeenten en organisaties van elkaar leren en bij elkaar afkijken. Daarom is een brainstormsessie, zoals georganiseerd door Stichting Lezen & Schrijven, wat mij betreft voor herhaling vatbaar. Het is in heel Nederland belangrijk dat laaggeletterdheid bespreekbaar is, dat ons taalonderwijs verbetert, dat schaamte verdwijnt, dat we beter signaleren en we helder communiceren. Laten we daar samen de schouders onder zetten.

Praktijkvoorbeeld: Betrek werkgevers erbij

In gemeente Zoetermeer krijgen meer dan 40 medewerkers Afvalinzameling taalles op de werkvloer. Angelique Quentin, Afdelingshoofd Publieksplein en Afvalinzameling: “De medewerkers zijn verbaal heel vaardig. Maar we merkten dat velen moeilijke formulieren niet invulden. Dit had soms best grote consequenties. Afval inzamelen is een zwaar beroep, er vallen regelmatig mensen uit met medische klachten. Maar haast niemand had een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverkering, die je standaard binnen de gemeente af kunt sluiten. Je moet daarvoor een apart formulier invullen, maar dat deden de medewerkers niet. Ook stelden ze heel veel vragen aan het secretariaat of directe leidinggevenden: ‘Kan je dit regelen?’, of: ‘Kan je even meekijken?’ Of zij namen een brief mee naar huis en zeiden: ‘Ik ga er thuis met mijn vrouw even naar kijken.’ Nu de medewerkers taalles volgen zien we enorme vooruitgang.”

Praktijkvoorbeeld: Creëer draagvlak in eigen organisatie

Bij het invoeren van de Taalmeter bij de sociale dienst in Hoogeveen vroegen de klantmanagers zich af: ‘Krijg ik dan nóg meer werk op mijn bordje? Wat levert het mij op? En is zo’n invoering niet lastig af te stemmen? Want als de mensen die het uiteindelijk moeten gaan doen, beginnen te steigeren, werkt het niet.’ Daarom organiseerde de Sociale Dienst een speeddate-lunch met laaggeletterden en Taalambassadeurs. Daar ontmoetten de klantmanagers mensen die konden uitleggen hoe het is om laaggeletterd te zijn, wat ze daarin ervaren en waar ze tegenaan lopen. Dat was erg zinvol. In Hoogeveen zijn het afgelopen jaar 140 Taalmeters afgenomen en 42 mensen doorverwezen naar een passend traject.

'Zet vaker Taalambassadeurs in'

Taalambassadeur Dick Voogd

“Ik vertel regelmatig op scholen mijn verhaal. Kinderen luisteren behoorlijk goed en herkennen laaggeletterdheid dan soms ook bij de ouders. Ik hoop als Taalambassadeur dat ze mijn verhaal dan mee naar huis nemen en het er met hun ouders over hebben. Hiermee kan je het laatste zetje geven en onzichtbare ouders bereiken.”

'Ga voor een subtiele aanpak'

Taalambassadeur Imke Schokker:

“Er bovenop duiken als professional is geen oplossing. Dan zit de laaggeletterde meteen in de hoogste boom. De aanpak moet voorzichtiger, subtieler.”

Inzicht: aansluiten op sociaal domein

Gemeenten zien sterk het belang van een integrale aanpak. Want laaggeletterdheid staat niet op zich, maar is het middel om te participeren en zelfredzaam te zijn. Daarom dient de aanpak een onderdeel van verschillende beleidsterreinen te zijn. Daarbij is borging belangrijk. Met de tips uit de sessies kunnen zij hier weer een stap verder in zetten.

Inzicht: veel jongeren laaggeletterd van school

Veel wethouders zijn zich er niet van bewust dat jongeren nog steeds laaggeletterd van school komen. Ze denken dat dit achterhaald is: er staat immers geen 13-jarige meer op de bouwplaats. uit de sessies kwam daarom de roep naar vormen om er op landelijk niveau iets aan te gaan doen. Preventie is immers de beste remedie.

Hoe gaan we verder?

Natuurlijk gaat de beweging door! Er volgen meer acties en de ervaringen uit alle acties worden op verschillende manieren gedeeld:

  • Alle opbrengsten rond de vier thema’s zetten we om in acties. Bijvoorbeeld in de vorm van pilots en/of door samenwerkingen aan te gaan met andere organisaties. Een greep hiervan lichten we eerder op deze pagina toe.
  • Er komt een database met praktijkvoorbeelden over hoe we onder andere autochtone laaggeletterden kunnen bereiken. Deze voorbeelden zijn makkelijk te delen. In het najaar van 2017 zijn de eerste voorbeelden beschikbaar.
  • De visie, ervaring en voorbeelden die wethouders en burgemeesters belangrijk vinden, verzamelen we in blogs. Dit jaar verschijnt elke maand een blog, die we via websites, sociale media en nieuwsbrieven verspreiden. Zodat de inspiratie, de kennisdeling en het ‘omdenken’ blijft doorgaan.
  • Tot slot blijven we brainstorms houden met lokale bestuurders, Taalambassadeurs en lokale omdenkers. Dat gebeurt naast de regionale sessies waarin wethouders en burgemeesters meer samen optrekken.

Heeft u vragen, ideeën of interesse om een blog te schrijven?

Laat het ons weten! Neem contact op met een lokale projectleider van Stichting Lezen & Schrijven via taalvoorhetleven.nl/contact,
bel 070 – 302 26 60 of mail naar info@lezenenschrijven.nl.

Toelichting op de brainstorms

Vanaf september 2016 gingen lokale partnerorganisaties en Taalambassadeurs samen met Stichting Lezen & Schrijven in gesprek met bijna 100 burgemeesters en wethouders verspreid door heel Nederland. Ieder heeft een eigen kijk op wat er nodig is. Door deze expertise en wilskracht bij elkaar te brengen en de juiste vragen te stellen aan degenen die beslissen en beleid verankeren, kan de huidige aanpak naar een volgend niveau getild worden. De uitkomsten van deze gesprekken zijn geanalyseerd en hieruit zijn verschillende acties voortgekomen.

Het rapport ‘Aanpak van Laaggeletterdheid’ van de Algemene Rekenkamer (2016) stelt dat met het huidige beleid en het beschikbare budget het aantal laaggeletterden blijft groeien. Uit het onderzoek onder ambtenaren ‘Taal als Middel’ (2016) blijkt dat zij het vaak lastig vinden om binnen de huidige beleidskaders de verbindingen te leggen om deze groei te stoppen. Ook vinden velen het onaanvaardbaar dat in een welvarend land als Nederland laaggeletterdheid toeneemt en de kloof groeit. Daarom heeft Stichting Lezen & Schrijven sessies vanuit een lokaal bestuurlijk perspectief georganiseerd om hier verder over te brainstormen.

Vanaf september 2016 gingen lokale partnerorganisaties en Taalambassadeurs samen met Stichting Lezen & Schrijven in gesprek met bijna 100 burgemeesters en wethouders verspreid door heel Nederland. Ieder heeft een eigen kijk op wat er nodig is. Door deze expertise en wilskracht bij elkaar te brengen en de juiste vragen te stellen aan degenen die beslissen en beleid verankeren, kan de huidige aanpak naar een volgend niveau getild worden. De uitkomsten van deze gesprekken zijn geanalyseerd en hieruit zijn verschillende acties voortgekomen.