23 februari

Themacafé Campagnevoeren in begrijpelijke Taal!

De campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen draaien op volle toeren. Maar hoe bereiken politieke partijen stemmers die moeite hebben met lezen en schrijven? Deze vraag stond centraal tijdens het Themacafé ‘Campagnevoeren in begrijpelijke Taal’, van 21 februari, georganiseerd door Holland Rijnland.

De regio Holland Rijnland telt ongeveer 50.000 laaggeletterden tussen de 16 en 65 jaar. Zij hebben moeite zich te verdiepen in de standpunten van de gemeentelijke politieke partijen. Speciaal voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart is er al een Verkiezingskrant in Gewone Taal verschenen, met uitleg over de gemeentelijke politiek en de verkiezingen. Maar hoe sluit je daarbij aan als politieke partij?

Woensdagavond 21 februari kwamen raadsleden en andere geïnteresseerden samen in de bibliotheek aan de Leidse Nieuwstraat voor het Themacafé Campagnevoeren in begrijpelijke Taal. Tijdens een afwisselend, interactief programma, wisselden de deelnemers ideeën uit hoe laaggeletterden te betrekken bij de lokale politiek.

Marleen Damen, wethouder in Leiden, opende de avond. Zij vertelde hoe Holland Rijnland – als één van de hoogst opgeleide regio’s van Nederland – nog altijd heeft te maken met een fors percentage laaggeletterden. ‘Niet alles wat op schrift staat is vanzelfsprekend voor hen, terwijl ze die informatie wel nodig hebben om te stemmen. Gelukkig hebben steeds meer politici het vloggen ontdekt.’

Comfortzone

Daarna was de beurt aan Jan Koopmans, taalregisseur bij Stichting Lezen en Schrijven. Hij schetste  de dagelijkse praktijk van laaggeletterden. ‘Veel mensen begrijpen dat sommige situaties lastig zijn, zoals reizen of contact met diverse instanties of de gezondheidszorg, maar niet dat laaggeletterden regelmatig het gevoel bekruipt dom te worden gevonden. Dit leidt tot ontwijkend gedrag.’

Dit beaamde taalambassadeur Marco Zeeman, die zelf moeite heeft met taal. ‘Eigenlijk treed je heel vaak buiten je comfortzone. En om hulp vragen, dat durft of wilt lang niet iedereen. En daardoor kom je pas echt in de problemen.’

‘Velen van u hebben Frans op school gehad’, legde Koopmans de zaal voor, ‘maar door het niet regelmatig te gebruiken, zakt het weg. Zo werkt dat ook voor laaggeletterden die lezen en schrijven mijden. Taalproblemen ontstaan door een combinatie van factoren. Het heeft te maken met opgroeien in een taalarme omgeving, problemen in het onderwijs en individuele factoren, zoals dyslexie.’

De verkiezingskrant in ‘Gewone Taal’ kwam tot stand op initiatief van Stichting Lezen en Schrijven. Koopmans: ‘We zien veel kijk- en weinig leeswerk en proberen zo de lezer te verleiden’

Praat in beelden

Hierna volgden Job Tupan en Rewan Jansen van campagnebureau BKB met een korte workshop campagne voeren. Tupan: ‘Om laaggeletterden te bereiken, moet je vooral in beelden praten. Een goede boodschap vertaalt zich ook in beelden. Dat is voor iedereen aantrekkelijk. Daarnaast is het goed om ideeën altijd voor te leggen aan de mensen om wie het gaat. Daar worden campagnes beter van. Dit is ook het principe waarop de taalambassadeurs werken.’

Dick Voogd, eveneens taalambassadeur, was het daar mee eens. ‘Beelden zijn inderdaad makkelijker, maar wat ook helpt zijn korte zinnen, verschillende kleuren en voldoende witregels.’

Daarna was het de beurt aan drie raadsleden en een campagneleider van verschillende politieke partijen uit de regio. In een pitch van twee minuten vertelden wat zij als partij gaan doen voor kwetsbare doelgroepen.

Carina Bos, campagneleider D66 Oegstgeest, pleitte voor helderder taalgebruik: ‘Neem het woord groenvoorziening. Daarmee bedoelen we bijvoorbeeld bomen kappen. Benoem dat dan ook zo.’

Lenie Zoetendaal van CDA Noordwijk komt op voor kwetsbare groepen. ‘Ik werk vanuit keuzes en principes en probeer wat moeilijk is eenvoudig te maken en zowel de boodschap als de emotie over te brengen.’

Dylan Savodji – JezusLeeft Katwijk: ‘Ik heb een passie voor mensen die erbuiten staan zoals de laaggeletterden. Er wordt vaak in hokjes gedacht. Ik geloof dat ieder mens uniek is en een kans en beweegruimte nodig heeft. Wij zien ook dat laaggeletterden talent hebben.’

Ries van Walraven – SP Leiden ‘Volgens mij moeten we zorgen dat onderwijs verbetert. Volwassenen moeten eenvoudiger taalonderwijs kunnen volgen. Het moet betaalbaar zijn en het liefst gratis. Onderwijs is immers een basisvoorziening voor iedereen. Door daarin te investeren zijn we uiteindelijk goedkoper uit.’

Op de pitches kwamen verschillende suggesties van de  taalambassadeurs en cursisten naar voren. Maar wat zijn de mogelijkheden binnen een gemeente om laaggeletterdheid op de agenda te krijgen? En welke concrete activiteiten kun je doen? Volgens Ida van Breda van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland, zou ieder partijprogramma de aanpak van laaggeletterdheid moeten vermelden. Dit zou je ook moeten opnemen in het collegeakkoord.’

Tot slot werd er een korte presentatie gegeven over het bondgenootschap geletterdheid dat sinds 2013 gezamenlijk laaggeletterdheid in de regio aanpakt.

‘Vraag of iemand laaggeletterd is’

Na afloop volgde nog een plenaire discussie met alle aanwezigen. Daarin kwamen verschillende onderwerpen naar voren. Marco Zeeman gaf aan dat hoogopgeleiden het moeilijk vinden om te vragen of iemand laaggeletterd is. Hij zou het fijn vinden als laaggeletterdheid wordt benaderd als een handicap. ‘Iedereen moet zo goed mogelijk kunnen deelnemen en daarvoor moeten ook financiële middelen worden gevonden. Wij als taalambassadeurs staan klaar voor lotgenoten om communicatie voor laaggeletterden begrijpelijk te maken.

Het was een geslaagd themacafé met veel informatie over laaggeletterdheid en de wijze waarop je de doelgroep het beste kunt bereiken, ook tijdens de gemeenteraadsverkiezingen.