24 januari

Plan van aanpak Den Bosch: ‘Zo gaan we basisvaardigheden verbeteren!’

In Den Bosch is een plan van aanpak geschreven om basisvaardigheden te verbeteren. Het plan is goedgekeurd door het college. Het nieuwe plan borduurt voort op de al bestaande samenwerking en zet in op verbreding van het netwerk en het vinden van meer laaggeletterden. De gemeente handhaaft haar betrokkenheid en intensiveert haar regierol. Het plan is een uitwerking van een nieuw convenant dat op 5 september is ondertekend en bevat concrete activiteiten voor de komende jaren. Asya van Wamel-Dragoeva, beleidsmedewerker van de gemeente Den Bosch, licht het plan toe.

Concreet maken en regierol pakken

De gemeente neemt in dit plan van aanpak de regierol. Asya: “In 2013 was er al een convenant, maar nog geen samenhangend beleid. De ambitie werd uitgesproken dat we alle Bosschenaren met een taalvraag willen helpen. Dat moesten we dan concreet maken: hoeveel mensen willen we bereiken, in welke termijn, wat gaan we doen om deze mensen te bereiken. Dat samenhangende beleid is er nu en het plan is door het college vastgesteld. Bij dit plan is het nodig dat de gemeente meer dan ooit de regierol pakt en dat heb ik gedaan. Niet alleen als facilitator maar ook als aanjager, verbinder. De gemeente betaalt bijvoorbeeld de coördinator, een belangrijke rol in het netwerk. We hebben in het voorjaar samen met de partners ontwerpsessies gehouden waar dit plan uit voortgekomen is. Wat ook helpt is dat wethouder Huib van Olden (Sociale Zaken) heel betrokken is bij het netwerk. Hij is echt een dragende kracht.”

WEB- en participatiebudget

Om een brede doelgroep te kunnen helpen is er goed gekeken naar de financiering. “Ik wilde dit plan graag faciliteren door middelen bij elkaar te brengen: het WEB- en het participatiebudget. Je wilt namelijk niet alleen maar Nederlandstaligen bereiken, maar ook mensen die op een andere manier ondersteuning nodig hebben. Daardoor kunnen we op een efficiënte manier een brede doelgroep bereiken: mensen die inburgeringsplichtig zijn, mensen die dat niet zijn, mensen die hun taalniveau omhoog willen brengen, die willen participeren of die meer willen weten over budgetteren, gezondheid of werken met de computer. Theoretisch zijn er verschillende groepen maar in de praktijk zijn die niet zo makkelijk scheiden. De persoon met een taalvraag moet er geen last van hebben dat er verschillende subsidiepotjes zijn.”

Laagdrempelig

In Den Bosch is een breed aanbod van cursussen. “De wat wij noemen ‘laagdrempelige trajecten’ (digitale vaardigheden, budgetteren, gezondheid) betalen we voor een deel uit het WEB-budget en voor een deel uit het participatiebudget. Ze worden deels verzorgd door Sagènn, die de WEB-gelden krijgt, en deels door het Koning Willem I college.

Teamleiders activeren

Een manier om nieuwe cursisten te vinden, is ze te werven in de eigen organisatie. “Bij Weener XL, het werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente Den Bosch, heb ik een presentatie gegeven aan teamleiders in de groenvoorziening. Ik heb de noodzaak van goed kunnen lezen en schrijven uitgelegd en verteld dat er middelen zijn om werknemers trajecten aan te bieden. De teamleiders herkenden problemen op het gebied van begrijpend lezen en digitale vaardigheden. Zij zijn heel betrokken. Bij de werknemers zitten veel voormalig wsw’ers (sociale werkvoorziening). Het is bekend dat zij vaak moeite hebben met basisvaardigheden. De teamleiders zijn in gesprek gegaan met hun mensen en dat heeft nieuwe aanmeldingen opgeleverd.”

Screenen met de Taalmeter

Een andere manier om nieuwe cursisten te vinden is door te screenen. “Behalve in de eigen organisatie gaan we het screeningsinstrument de Taalmeter van Stichting Lezen & Schrijven inzetten bij wijkpleinen. Hier komen mensen met allerlei vragen. De mensen die er werken zijn gewend om te gaan met lager opgeleiden. Vrijwilligers vragen of mensen de Taalmeter willen maken en voeren ook een gesprek na het maken van de Taalmeter. Op basis van de uitslag bepaalt iemand die veel kennis heeft van het aanbod welk traject iemand nodig heeft. Hij zorgt ook voor een warme overdracht. We hebben een proef gedaan met de Taalmeter en dit heeft nieuwe cursisten opgeleverd. Niet iedereen wil meteen naar een formele cursus, soms beginnen mensen met laagdrempelige cursus door thuis met een maatje te werken. Het doel is wel om hen klaar te maken voor formeel onderwijs.”

Investeer in relatie en plan-do-check-act

Asya legt uit wat zij andere gemeenten mee wil geven. “Besteed veel aandacht aan het netwerk, investeer in de relaties. Dat betekent heel concreet regelmatig bij elkaar zitten om te overleggen. Denk niet ‘er is een netwerk en ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid’. Nee, echt investeren in de relatie met mensen, dat de noodzaak er is hier iets aan te doen en dat je dat samen moet doen. Samenwerken voor één doel: Bosschenaren helpen zodat ze aan hun basisvaardigheden kunnen werken. En tenslotte: in het plan hebben we ook aandacht gegeven aan de plan-do-check-act-cyclus. Je wilt weten of je inderdaad bereikt wat je van plan was te bereiken: wat hebben we gedaan, hoeveel mensen hebben een cursus gevolgd, wat is het resultaat? Dan kun je ook de plannen bijstellen als iets niet goed gaat. Hier ligt ook een taak voor de coördinator.”

Taalnetwerk Den Bosch

De organisaties die samenwerken in het Bossche taalnetwerk zijn: gemeente Den Bosch, Sagènn, Koning Willem I college, welzijn Divers, de bibliotheek, Vluchtelingenwerk, ABC leer mee, Gilde Den Bosch, het UWV, Jeroen Boschziekenhuis en Stichting Lezen & Schrijven.

Meer weten?

Wilt u meer weten over dit plan van aanpak, over het screeningsinstrument de Taalmeter of over de samenwerking in Noordoost-Brabant, neem dan contact op met Deniz Özkanli via deniz@lezenenschrijven.nl.